Feeds:
Berichten
Reacties

De kerstman

Hij zwaaide heel vriendelijk naar me, ik zwaaide terug en dacht, ‘ach, even een babbeltje, kan nooit kwaad’ en liep op hem af. Zijn armen gingen wijd open, zoals het een goede kerstman betaamd. Ik deed hetzelfde. ‘Hello, how are you going?’ zei Santa tijdens de knuffel. Ik zei dat het maar goed was dat ik hem hier trof, dat ik uit Nederland kwam en in Nederland, daar mag de kerstman het land niet in voor 6 december….

De kerstman was verbaasd. Wilde graag weten hoe het zat dus ik vertelde over Sinterklaas en oude rechten. De kerstman lachte, zijn buik schudde ervan. ‘We started on the 5th of November’ zei Santa. Iedere dag, zeven dagen per week, zat hij, of èèn van zijn twee collega’s, in het grote winkelcentrum om op de foto te gaan met kinderen. Hartstikke leuk om te doen.

Wij gingen ook even met hem op de foto natuurlijk en zwaaiden toen gedag. ‘Halpy travels’, zei de kerstman. En dat zijn het. Zeer happy travels met bijzonder leuke ontmoetingen.

Advertenties

Gloria

Toen ze 18 was kwam ze, ergens begin jaren vijftig, op Greenmount om er te werken als huishoudster. De homestead werd gebouwd door de familie Cook (geen familie van James, by the way). De familie kocht het land van John Mackay (waar de stad naar vernoemd is waar we op dit moment wonen) en begon er een boerderij. Ze deden het goed en Gloria werkte er met plezier.

Dat weten we zeker want zij woont er nog steeds en ze zat op de veranda toen we aan kwamen lopen. Bijna alsof ze op ons, bezoekers uit het verre Holland, zat te wachten.

Ze vertelde prachtige verhalen over toen, over ontvangsten met belangrijke gasten, over hoe ze goed behandeld werd. ‘I became part of the family’ zei ze. ‘Ik at wat zij aten en er ontbrak me aan niets.’

Toen de family Cook naar elders verhuisde bleef het huis in eigendom en Gloria bleef er wonen. Ze hield het huis op orde en ontving er regelmatig zakenrelaties van de familie. Die kwamen soms een paar dagen, soms een paar weken. De mannen leiden ze rond op de homestead, Gloria runde het huis.

In 1973 ging het huis van de familie over naar een trust met de voorwaarde dat Gloria er mocht blijven wonen. En dat doet ze, tot op de dag van vandaag. En nog steeds ontvangt ze gasten; museumbezoekers die het huis komen bewonderen en er even terugstappen in de tijd.

Ze zeggen wel eens ‘als muren konden praten’, op Greenmount Homestead kunnen de muren nog praten en hun naam is Gloria! Wat een prachtige verhalenverteller. En wat was het een voorrecht om haar vandaag te ontmoeten.

‘Mag ik een foto van u maken’, vroeg ik. ‘Offcourse you can dear’, zei Gloria en ging er even goed voor zitten.

Wat een warm bad

De week in Bundaberg zit er op. Het voelt alsof we hier minstens twee weken zijn geweest en het voelt alsof we er familie bij hebben gekregen. Beide is niet waar maar toch is het zo.

Het blijft gek hoe de tijd hier spelletjes met je speelt. We kijken regelmatig even achterom en zeggen dan, oprecht verbaasd, was dat gisteren? Nee! Nee toch? Het komt door het intensieve leven hier, de hoeveelheid nieuwe indrukken, al die ontmoetingen, thuis is een dag een dag, hier is een dag een weekend. Helemaal niet verkeerd.

En dan de familie. Ze waren er altijd al, ze zijn niet nieuw… maar toch, tòch voelt het alsof we meer familie zijn geworden. Dat komt door al het contact maar ook omdat de tweede generatie, mijn generatie, het stokje overgenomen heeft van de eerste generatie. Beide vorige keren organiseerde de eerste generatie ons bezoek en kwam de rest langs voor koffie of een barbecue. Nu organiseerden de familieleden van mijn generatie alles, de uitjes, de etentjes, de ‘zullen we nog even ergens lunchen.’. Daardoor voelt het alsof we mijn generatie veel beter hebben leren kennen. We hebben er daardoor familie bij maar vooral ook vrienden.

Dit hele verhaal begon, voor mij althans, bij mijn opa en oma. Zij ontvingen van de familie uit Australië brieven per luchtpost. Familie was het, maar zò ver weg dat ik me daar niets bij voor kon stellen. En vanavond, zittend aan zee, met een drankje en een hapje en al die lieve mensen om ons heen zei ik: ‘ik weet niet of oma vanaf een wolkje naar ons zit te kijken maar àls ze kijkt, wat zal ze dan glimmen van puur genot.’

Wat een dag

De dag begon met een breakfast at the beach. Ik blijf me er over verbazen hoe relaxt de Ozzies daarmee omgaan. Komen er, even tellen hoor, vijftien mensen ontbijten? Okè, no worries, we will cook something up. En dan komen er wat auto’s aan, familie rolt eruit, de èèn komt met een coolbox vol eten, de ander met stoelen, iemand zegt ‘ja hoor, ik heb hier nog wel bestek’, twee mannen gaan bij de barbecue bakken en voor je het weet zit je met z’n allen te eten. Ondertussen praat je dan weer met die, dan weer met die, ‘do you want another egg Roely?’, kinderen spelen op het strand en de baby van zes maanden gaat van oma naar tante en lacht aan èèn stuk door. En een paar uur later wordt alles, net zo relaxt, weer ingepakt. Fantastisch!! En wat hebben we een leuke familie hier!

Vanmiddag.. ‘shall we go to the farm?’ Peter en ik waren al eerder bij Greg en Leandre op hun farm. Een enorm stuk land waarop ze, als hobbyboeren, een kleine 100 koeien houden. Een keer per week gaan ze er naar toe om te werken en de kudde te verweiden. Er is bos, een kreek en land, land, land. Heel veel land. En een rust! Heerlijk. Dus ja, wij wilden zeker naar de farm.

Met twee four wheel drives reden we naar de paddock en daarna over het land. Het hek rondom is zo’n 10 kilometer lang dus het is groot, heel groot. Het land is opgedeeld in grote stukken en in èèn stuk liepen de koeien en die moesten naar een ander stuk. In Australië gaat dat als volgt: je rijdt me je auto naar het grondstuk, toetert een keer, zet het hek open en dan wordt het magisch… Vanuit de verte zie je de kudde aankomen. Ze lopen vervolgens achter de auto aan naar het volgende grondstuk en ondertussen kunnen Greg en Leandre zien of er nog nieuwe kalfjes zijn. Dit keer waren dat er drie. Zo schattig! Daarna gaat het hek dicht en reden wij verder, omhoog, omlaag, door kreken en gully’s, langs gumtrees en huppende kangaroos.

Ge-wel-dig was het. Gewoonweg geweldig! De grijns was niet meer van ons gezicht te krijgen.

En daarna ‘dinner at our place?’ werd er weer, net zo relaxt als bij het ontbijt, een fantastische maaltijd op tafel gezet. We worden zo enorm verwend hier, het is schandalig. En oh, zo fijn.

Een warm onthaal

Onderweg van Brisbane naar Bundaberg stopten we in Diddlibah, een klein gehucht bij Bli Bli. Want in Didlibah woont Maaike en Maaike ken ik al vanaf dat ik heel jong was. Haar familie kende onze familie in Australië en toen haar ouders, met al hun kinderen, terug verhuisden naar Nederland zei mijn Australische familie, ‘ga maar naar Gasselte, daar woont familie van ons, die helpen jullie wel verder’. En dat was ook zo. Mijn opa regelde huisvesting, bij mijn ouders in de zaak konden een aantal van de kinderen aan de slag. En zo werden we familie, ook al zijn we dat, genetisch gezien, niet.

We hadden elkaar dertien jaar niet gezien en toen we het straatje voor haar unit inreden kwam ze stuiterend naar buiten. Ze stond letterlijk te huppen van ongeduld tot we de auto uit waren. So good to see you!! En dat was het. Zo goed om weer even bij elkaar te zijn, bij te praten, te knuffelen. ‘I have made lunch, you have to stay for lunch!’ En op tafel kwam een oud Hollands snijplankje, heerlijk kazen en roggebrood. Want die kan ze hier gewoon kopen. Bij de Aldi natuurlijk.

Na de lunch namen we weer afscheid want we moesten nog een paar honderd kilometer door, naar Bundaberg waar nog meer mensen, huppend van ongeduld, op ons stonden te wachten.

Tegen 19:00 uur waren we bij ons appartement, snel uitladen en door naar Jantientje. We hadden de code van het hek gekregen om het terrein op te kunnen maar toen we aan kwamen rijden ging het hek, als vanzelf, open. Ook hier werden we, bijna dansend in het donker, opgewacht. So happy to see you! So, so happy!

We gingen aan de eettafel zitten, scones kwamen op tafel, gesprekken begonnen. Dochter en schoonzoon kwamen binnen. Nog meer knuffels. So good to see you again! So, so good! En dat was het. So, so very good!

We zijn weer thuis.

Greeter

We hadden haar een paar weken geleden al geboekt; de Brisbane Greeter, Diane. Ze is één van de tweehonderd vrijwilligers die mensen meeneemt op een gratis rondleiding door de stad.

Je kunt, als je een Greeter boekt, kiezen voor een algemene rondleiding of je kunt aangeven of een specifiek onderwerp je interesse heeft. Wij hadden aangegeven dat we graag meer wilden weten over de geschiedenis van Brisbane.

Om 13:00 uur zat Diane al klaar in de lobby van ons appartementencomplex. Ook dat kon je vooraf aangeven, hoe laat je rondgeleid wilde worden en waar de rondleiding moest starten. Écht super gastgericht!

We hadden gerekend op hooguit anderhalf uur maar we liepen door de stad, hoorden de verhalen, bezochten bijzondere gebouwen, dronken samen koffie bij de rivier en wandelen daarna verder. Ze was leuk, héél aardig en wist veel te vertellen.

Toen we afscheid namen was het half vijf. We hadden drie en een half uur gewandeld, geluisterd, genoten.

Het is dus echt een aanrader om met een Brisbane Greeter op pad te gaan!

We kwamen aan op Brisbane airport na een zeer ontspannen vlucht in een Airbus350. Nog meer beenruimte, nog meer luxe, we zijn nu al voor de rest van ons leven verpest met dat Premium Economy.

Op onze douanekaart hadden we aangegeven dat we medicijnen bij ons hadden en ik had er op gezet dat ik ‘licorice powder’ in mijn bagage had. ‘Als dat niet de aandacht van de douane trekt, dan weet ik het ook niet meer,’ mompelde ik bij het invullen van de kaart. Meteen na de paspoortcontrole stond een douanier. ‘G’day, may I see your card please…’ Ik deed wat hij vroeg. ‘Licorice powder, okay… do I WANT to know what that is?’ vroeg hij lachend. ‘Do you want to taste it?’ bood ik aan. ‘I don’t think so, that way please.’ En hij wees me naar de groene exit. Mooi, geen gedoe en de ouderwetse zwart-op-wit voor Jantientje was het land binnen. De eerste close encounter met de altijd vriendelijke Aussies was geweest, op naar de taxi’s…

Toen we het terminalgebouw uitliepen richting taxi’s zagen we dat Peter weg was. Ik keek zoekend om me heen en de taxiregelman vroeg ‘can I help?’. ‘Well I seem to have lost my husband’, zei ik. ‘And is that a good or a bad thing?’ zei de taximan. Aussie humor, ik hou er van.

Na een hele vlotte rit naar de stad, het was tenslotte half èèn ‘s nachts, kwamen we aan bij het appartementencomplex. ‘U zit op de dertigste verdieping’, zei de receptioniste. We gingen met de lift omhoog, deden de deur van ons appartement open en lieten alles ter plekke vallen, vergaten het licht zelfs aan te doen want we waren met stomheid geslagen. Na een tijdje zei èèn van ons, heel zachtjes, ‘wow….’, de rest knikte. Want dat uitzicht, al die lichtjes, de rivier… zò prachtig hadden we het niet durven dromen.

We bleven er maar naar kijken en gingen laat naar bed. En vanochtend was het er nog steeds, dat geweldige uitzicht. En was het weer ‘wow’. Een goed begin is het halve werk zeggen ze. Nou, de reis door Australië is hèèl goed begonnen.