Feeds:
Berichten
Reacties

2011 in cijfers

Van WordPress kreeg ik een overzichtje met de cijfers van dit blog; Dondertravel. Het is leuk om te zien van wie-wat-en-waar. Dat 22 februari, de dag van de aardbeving in Christchurch, de meest bezochte dag was verbaasde me niet. Dat Ella meer reageerde dan Marianne… dát verbaasde me wel. Hahaha. Voor het geval je het leuk vindt om te lezen staat hieronder de link naar het hele ‘rapport’.

Here’s an excerpt:

The concert hall at the Syndey Opera House holds 2,700 people. This blog was viewed about 13.000 times in 2011. If it were a concert at Sydney Opera House, it would take about 5 sold-out performances for that many people to see it.

Click here to see the complete report.

Thuis

We zijn weer thuis. Dat had nog wat voeten in aarde want er was een mega-stroomstoring bij Zwolle gisteravond. Daardoor duurde het zó lang dat we recht hebben op volledige teruggave van ons treinkaartje. Dat zegt genoeg denk ik? 😉

Hoedanook, als toetje nog 1 klein stukje Berlijn. En dan weer terug naar het andere blog. Tot een volgende reis mensen!

Een van ons?

In het Joods Museum staat een boom. Een wensboom. En op een tafel, vlakbij de boom, liggen kartonnen granaatappels. Daar kun je je wens opschrijven en die moet/mag je dan vervolgens in de boom hangen. En u weet, ik hou wel van schrijven…

Bij de tafel met de kartonnen granaatappels stonden vier jonge meiden. Twee schreven een wens. Twee stonden zeer, zéér diep na te denken. En dat is natuurlijk heel goed, dat je nadenkt over wat je wenst.

‘Hee!’ zei de een tegen de ander, ‘als jij nog denkt weet je, dan moet je die pen nu even snel aan die mevrouw geven ja, die staat te wachten!’ Nederlandse Marokkaanse Meiden waren het. Ja, met allemaal hoofdletters. Let maar op.

Het meisje gaf me de pen met een wat verlegen glimlach.
‘Dank je wel hoor!’ zei ik. En ik begon te schrijven.

‘Oh,’ zei een van de meiden. ‘Da’s er een van ons!’
Ik lachte, maakte mijn wens af en gaf hem aan Peter die voor me in de boom klom. Want laten we eerlijk zijn, in bomen klimmen, da’s een jongensding.

Terwijl ik doorslenterde hoorde ik de meiden kibbelen bij de tafel met de kartonnen granaatappels.
‘Da’s er geen van ons hoor!’
‘Oh nee? Nou écht wel!’
‘Ze spreekt toch geen Arabisch? Wel dan?’
‘Hallooooo… ze is Nederlands! En dus is ze een van ons! We zijn toch allemaal Nederlands?’

Ik liep terug naar de tafel en begon een gesprek. Over taal en afkomst en landen en grenzen. Een leuk gesprek. Op een bijzondere plek. Soms valt alles precies op z’n plaats.

We waren vandaag begonnen bij het Holocaustmonument. Wat indrukwekkend! En fotogeniek, dat ook. Daarna bezochten we de Branderburgertor en liepen vervolgens door naar de Reichstag. En toen begon het te regenen. Echt niet normaal wat een korte maar hevige bui. In een paar minuten tijd waren we totaal doorweekt. De Reichstag was er niet minder mooi om. En toen we eenmaal opgedroogd waren en leuk gelunched hadden gingen we naar het Joods Museum. Wat ook al indrukwekkend was. En dat gebouw! Wow, wat een prachtige architectuur.

Morgen naar huis. Dat mag ook wel. De voeten zijn stukgelopen. We moeten eerst maar eens even bijkomen.

Berlijn was leuk. Veel leuker dan gedacht. En mooi. Veel mooier dan gedacht. We zijn er nog lang niet klaar mee. Niet met de stad en niet met haar geschiedenis. Want hier loop je tegen dingen op als het Nationaal Socialisme. In de Reichstag wordt het omschreven als een ‘dictatuur’ (alsof ze er zelf totaal geen rol in hadden), in het Joods Museum lees je vervolgens dat 30.5 % van de Duitsers voor Hitler koos als de man die het allemaal wel even oplossen zou. We weten allemaal hoe dat afgelopen is. En dat is en blijft een rare tegenstelling. Want wat is het zonde als je ziet wat hier vernietigd is aan het eind van de oorlog, de hele stad werd platgebombardeerd. En dan lees je bordjes bij foto’s van die bombardementen waaruit je op zou kunnen maken dat dat toch wel heel erg fout was van de geallieerden. Maar… Rotterdam dan? En al die Joden? En…

Nou ja, we zijn er nog niet klaar mee. Dat is duidelijk. We gaan dus zeker nog een keer terug. Omdat je het toch wilt begrijpen. Deze stad. Z’n geschiedenis van begin vorige eeuw maar ook die rare geschiedenis die begon in 1961. Omdat je nog steeds soms in West- en soms in Oost Berlijn bent. Ook al viel de muur al lang geleden.

We zijn er van gaan houden. Van deze stad maar vooral ook van haar bewoners. ze zijn vriendelijk, behulpzaam en houden van een praatje. Kortom: Berlijn is voor herhaling vatbaar.

Frühstuck with a view


‘Zeg?’
‘Ja?’
‘Zullen we hier een traditie van maken?’
‘Waarvan?’
‘Nou, dat we, iedere keer als we in Berlijn komen tenminste 1 keer gaan ontbijten in de Fernsehnturm?’
‘Heel goed plan’.

We zaten te stralen van puur genot. Ik kan het niet anders omschrijven. Wat was dát een leuk plan zeg! Beneden in de turm hadden we kaartjes gekocht om naar boven te kunnen. Een lift bracht ons 203 meter omhoog. De laatste 4 meter, naar het restaurant, moesten we zelf doen. Met een trap.

‘U hebt tafel zes’, zei de mevrouw onderaan de trap.
Boven aan de trap bleek dat het midden van de toren, en dus ook het trappenhuis, stilstaat. Daar omheen zit een schijf die draait en daar weer omheen zit de buitenkant van de bol die stilstaat. Op de draaischijf staan alle tafeltjes. Je kon dus rustig blijven wachten tot het tafel zes beliefde om langs te komen. Wij konden niet wáchten, we wilden zitten, ervaren, zien! En dus gingen we op zoek naar ons tafeltje.

Eenmaal gezeten kwam een ober ons de kaart brengen. We kozen, mede gezien de zware dag van gisteren, voor het “fit en vitaal ontbijt”. En een kannetje koffie natuurlijk. En ondertussen trok Berlijn aan ons voorbij…

Toen het ontbijt kwam gingen we nog harder glimmen. Wat een feest. Brood, een etagére met kaas, vlees en jam. Verse grapefruit, een sapje, yoghurt. Oooeeh, yeah!

We zaten een uur en deden daardoor twee keer een rondje. Langzaam zagen we alles voorbij komen wat we eerder te voet al hadden verkend. We zagen in de verte ons eigen huis, de Dom, de Reichstag. We gingen Berlijn herkennen omdat we  het (gedeeltelijk) gezien hadden. ‘Kijk daar, de brug waar we gisteren liepen. En daar, het station!’

Een uur later gingen we naar beneden en stapten we in bus 100. Nog zo’n goede tip. Die brengt je langs alle hoogtepunten en heeft als eindstation Bahnhof Zoo. Daar namen we nog een S5 naar Charlottenburg. Want daar was ons hoofddoel van vandaag: Schloss Charlottenburg.

Een groepje van vier mensen stapte gelijk met ons uit de trein. In het Engels vroegen ze een willekeurige buschauffeur ‘where the schlossss was?’ De chauffeur wees vaag om een hoek. Even later stonden we met z’n allen bij de bushalte. De vier waren er nog niet rustig op. Was dit wel de goede halte?

‘This one is realy going to the castle’ zei ik. Opgelucht keken ze me aan. Halverwege de rit kwam een van de mannen naar me toe. Of ik wilde zeggen wanneer ze uit moesten stappen? Ik wist het natuurlijk ook niet, was immers nog nooit in Charlottenburg geweest dus ik vroeg het na bij een Duitse mevrouw. ‘Nächtste stelle,’ zei de vrouw. Even later riep ik naar achteren ‘this is it!’ en samen stapten we uit.

‘Where are you from?’ vroeg ik de man terwijl we richting schloss kuierden. ‘Sydney’, zei de man. En dan begrijpt u het wel; de wandeling werd opeens een stuk korter want we hadden veel te bespreken. Alltijd leuk om Ozzies te ontmoeten, waar dan ook ter wereld.

Eenmaal binnen kregen we beide een audiotour uitgereikt. Dat hebben ze slim gedaan, de jongens van Charlottenburg. Bij iedere kamer moest je even opnieuw op ‘play’ drukken waardoor je de kans kreeg gelijk op te lopen. Bij iedere nieuwe ruimte deden Peter en ik dus: ‘Een… twee… play’ en dan hoorden we hetzelfde.

Prachtig wat een pracht en praal, wat een rijkdom en wat een geweldig restauratiewerk. Want ook Charlottenburg werd, net als de rest van Berlijn, platgebombardeerd aan  het eind van de oorlog.  Er was niet veel van het gebouw, of z’n inhoud, over. En als je dan ziet hoe het er vandaag de dag bij staat: petje af en een diepe buiging.

Berlijn, dag 2

Als je in een vreemde stad bent duurt het altijd even voor je het openbaar vervoer hebt doorgrond. En in Berlijn duurt het dan nog even langer want hier voegen ze een extra uitdaging toe; om ergens te komen moet je metro-trein-tram-bus koppelen tot 1 reis. Dat  is nogal eens een gepuzzel. Maar inmiddels, zo aan het eind van dag twee, worden we er handig in. ‘Dan nemen we de U8 naar Alexanderplatz en dan stappen we daar over op de S5 of de S3 of de S75. En dan stappen we uit op de Hackense Höfe’.

Toen we onderweg waren naar de U-bahn zagen we het gebeuren. Onder aan de roltrap zat een vrouw op haar hurken. Vastgeketend aan de trap. Die nog liep. ‘Hou je vast,’ zei Peter, ‘hij gaat waarschijnlijk zo stoppen omdat iemand op de noodknop gaat drukken’. Maar hij stopte niet en de vrouw in nood bleef zitten waar ze zat, bang kijkend en vastgeketend aan de draaiende trap. Ik zag het naast me gebeuren, mijn man ging in de ‘ridderstand’. Hij knielde alvast, vlak voor we beneden ware, greep in de loop de lange rok van de vrouw en trok. Niets. Hij trok harder. ‘Krrrrrrrrraaaaaats…’ scheurde de rok. Het puntje bleef zitten in de roltrap. De vrouw was vrij. ‘Sorry voor de rok,’ zei Peter. ‘Geeft helemaal niks,’ zei de vrouw met een opgeluchte blik, ‘ik ben allang blij dat ik weer vrij ben’. Kijk, dat is nou mijn man!

We begonnen vandaag (na een prima  nachtrust) met..
‘Hee, hier is een hele uitleg over de muur, zullen we?’ En dus gingen we niet de U-bahn Bernauerstrasse in maar liepen we van uitleg naar uitleg over het grote stuk terrein waar de muurherdenkingsplaats is. Indrukwekkend, ik kan niet anders zeggen. En iedere keer denk ik; mijn zus en zwager en mijn moeder wonen in Assen Oost. Wij in Assen Noord. Je zal toch op een dag  wakker worden en dat iemand daar een muur tussen heeft gezet! En dat je elkaar dan 26 jaar lang niet meer ziet! Dat is toch bijna niet voor te stellen…

Het was inmiddels middag geworden en we reden naar de Gendarmenmarkt. Voor een bezoek aan wat Dommen (er staan er daar twee) en voor het betere mensen-kijken-werk. We slenterden over het plein, scoorden onderweg nog een geocache en gingen toen op de trap van een groot gebouw zitten (we vermoeden een operagebouw maar duidelijk was dat niet). En daar keken we en zagen we rare groene mannetjes, een bruidspaar wat geen bruidspaar bleek, trabantjes, toeristen en dat alles overgoten met het geluid van een saxofoonspeler. Heerlijk!

Volgende stop: Fassbinder und Rausch. Een collega had gezegd dat ik daar naar toe moest. Beslist. Niet overslaan. En dus ging ik. En at ik. Dat wat ze daar als geen ander maken: chocola. Taart. Heerlijk.

Dit was taart optima forma. Bij ieder hapje de ogen dicht en ‘hmmmm’ kreunen. Zo’n taart zeg maar.

We gingen de U-bahn weer in en stapten uit bij de Hackense Höfe. De benen waren al behoorlijk moe maar we gaven nog niet op. De hofjes waren prachtig maar ook wat druk dus na een tijdje vroegen we ons hardop af..

‘Hoe ver zou het zijn van hier naar de Dom?’ Het bleek niet ver te zijn. Een kilometer lopen ongeveer. En ach, dat kon er ook nog wel bij. Op het grasveldje achter de dom gingen we even liggen, even bijtanken en toen het gebouw in. Wat we niet wisten is dat je als bezoeker langzaam maar zeker naar boven wordt geleid. ‘Ga hier de trap maar op,  daar is nog meer te zien.’ En dan ‘Kijk, nóg een trap, nog meer te zien.’ En even later, ‘maar ach wat leuk mensen, we hebben nóg een trap, ziet dat er niet verleidelijk uit? Kom maar ontdekken hoor.’ En zo klauterden we helemaal naar boven waar we op de koepelomloop uitkwamen. Prachtig zicht over de stad. Werkelijk de moeite waard maar oh, wat waren we moe.

Eenmaal al die trappen weer af was het op-over-en-uit. We aten wat, dronken wat en strompelden naar Alexanderplatz terug. Waar we met de U8 weer richting Bernauerstrasse gingen. En ach, dan is het nog maar een klein stukje lopen naar ons huis. En oh ja en au, dan nog vier trappen op om boven te komen…

Nachbar

Hier in Berlijn wonen we in een appartement. Niet in een hotel of zelfs een vakantie-appartementengebouw maar in een gewoon appartement in een gewone buurt met gewone buren. We hebben zelfs een naambordje bij onze voordeur. De komende dagen heten we ‘Claus Hennig’. Waarbij Peer dan Claus is en ik Hennig denk ik.

Ons appartement heeft een ruime woonkamer, een slaapkamer, een keuken en een badkamer en we hebben zelfs een balkonnetje op het Zuiden. Wellicht kunnen we daar morgenochtend unserem tasse kafee trinken want de sonne schijnt volop hier in Berlijn.

Toen we vanmiddag aankwamen bij ons appartement moesten we ‘Herr Vogel anrufen’. Omdat dit geen vakantiecomplex is woont de verhuurder hier niet. Ik rufte dus in meines besten Deutsch herr Vogel an en gaf hem door ‘dass wir arriviert sind’. Ja, het is allemaal behoorlijk verroest geraakt de afgelopen jaren; dat Duits van me. Herr Vogel vond het dolkomisch, ‘arriviert’. Hahaha. Ik had natürlich ‘angekommen’ moeten zeggen. Aber Herr Vogel, ik wil helemaal niet aankomen! (Maar misschien moet  ik dan de currywurst und torte wat meer laten staan).

Hoe dan ook: Herr Vogel kwam er aan zei hij, auf sein fahrad, we moesten alleen vijftien minuutjes wachten. En dat was geen straf want, zoals al gezegd, het is prachtig weer en we vonden het helemaal niet erg om te zitten. We waren vanochtend namelijk om 06.00 uur al opgestaan, waren naar Berlijn gevlogen, hadden een vijf-dagen-OV-kaart gekocht en hadden onszelf naar Berlin Alexanderplatz gemanoeuvreerd. Daar lieten we onze bagage achter in een kluis en gingen vervolgens mit den S-bahn naar der Zoologischer Garten. En dat was mooi! Mooi! Prachtig, wat een dierentuin. En groot. En veel. En dus waren we, tegen de tijd dat we bij ons tijdelijke appartement aankwamen doodop. We zegen dus neer op de stoep…

“Hallooooo gutentag! ” kwam een oude man aangestrompeld. En dat was dan ook bijna alles wat we van zijn Duits verstonden. Hij hield, denken we, een hele verhandeling over de bestrijding van muggen. Vertelde ons, denken we, over zijn knie (of heup of rug) en dat hij geopereerd was (of moest worden of niet ging worden). En tussen die kleine snippers informatie door mompelde hij in plat Duits met een zwaar Russisch accent van-alles-en-nog-wat aan elkaar. Af en toe lachte hij hard en wij lachten mee. Om… nou ja, om niks eigenlijk. Maar dat gaf niet want we wonen hier allemaal in de Wolgasterstrasse und alle sind wir nachbarn und freunde.

Toen Herr Vogel aan kwam fietsen keek hij enigszins verbaasd naar de oude man en ons. Waar we die nou zo schnell ontmoet hatten? Na ja, macht nichts, we waren er en hij liet ons ons huis in.

Even later zwaaiden we herr Vogel uit en gingen zelf naar Kaiser. Een grote supermarkt. Die zit hier om de hoek. We sloegen wat proviand in en konden vervolgens in ons eigen appartement met de voetjes omhoog op onze eigen tafel.

Aus Berlin viele grüsse von herr Claus und frau Hennig.

PS: foto’s zijn er ook hoor, klik op de giraffe!

Vakantie begint…

… op het moment dat je de voordeur uitstapt. Bij ons teminste wel. En de vakantie begon goed want de buuv bood aan ons even naar het station te brengen. We hadden een wifitrein (heerlijk!) en tegen het eind van de middag kwamen we op Schiphol aan.


We installeerden ons in het fijne CitizenM-hotel en liepen even later naar Schiphol Plaza. Eerst koffie bij Starbucks en toen wat eten bij een lekkere noodle-bar.

Daarna slenterden we over het panoramaterras en zagen (en roken) de vliegtuigen gaan en komen. Dat verveelt nooit.

En terwijl de zon langzaam onderging slenterden we terug naar ons hotel waar we nu op het grote bed liggen. Flatscreen aan, beetje computeren en dan straks een klein stukje lezen van een (voor mij) nieuwe Stephen King.
De vakantie is begonnen!