Feeds:
Berichten
Reacties

Greeter

We hadden haar een paar weken geleden al geboekt; de Brisbane Greeter, Diane. Ze is één van de tweehonderd vrijwilligers die mensen meeneemt op een gratis rondleiding door de stad.

Je kunt, als je een Greeter boekt, kiezen voor een algemene rondleiding of je kunt aangeven of een specifiek onderwerp je interesse heeft. Wij hadden aangegeven dat we graag meer wilden weten over de geschiedenis van Brisbane.

Om 13:00 uur zat Diane al klaar in de lobby van ons appartementencomplex. Ook dat kon je vooraf aangeven, hoe laat je rondgeleid wilde worden en waar de rondleiding moest starten. Écht super gastgericht!

We hadden gerekend op hooguit anderhalf uur maar we liepen door de stad, hoorden de verhalen, bezochten bijzondere gebouwen, dronken samen koffie bij de rivier en wandelen daarna verder. Ze was leuk, héél aardig en wist veel te vertellen.

Toen we afscheid namen was het half vijf. We hadden drie en een half uur gewandeld, geluisterd, genoten.

Het is dus echt een aanrader om met een Brisbane Greeter op pad te gaan!

We kwamen aan op Brisbane airport na een zeer ontspannen vlucht in een Airbus350. Nog meer beenruimte, nog meer luxe, we zijn nu al voor de rest van ons leven verpest met dat Premium Economy.

Op onze douanekaart hadden we aangegeven dat we medicijnen bij ons hadden en ik had er op gezet dat ik ‘licorice powder’ in mijn bagage had. ‘Als dat niet de aandacht van de douane trekt, dan weet ik het ook niet meer,’ mompelde ik bij het invullen van de kaart. Meteen na de paspoortcontrole stond een douanier. ‘G’day, may I see your card please…’ Ik deed wat hij vroeg. ‘Licorice powder, okay… do I WANT to know what that is?’ vroeg hij lachend. ‘Do you want to taste it?’ bood ik aan. ‘I don’t think so, that way please.’ En hij wees me naar de groene exit. Mooi, geen gedoe en de ouderwetse zwart-op-wit voor Jantientje was het land binnen. De eerste close encounter met de altijd vriendelijke Aussies was geweest, op naar de taxi’s…

Toen we het terminalgebouw uitliepen richting taxi’s zagen we dat Peter weg was. Ik keek zoekend om me heen en de taxiregelman vroeg ‘can I help?’. ‘Well I seem to have lost my husband’, zei ik. ‘And is that a good or a bad thing?’ zei de taximan. Aussie humor, ik hou er van.

Na een hele vlotte rit naar de stad, het was tenslotte half èèn ‘s nachts, kwamen we aan bij het appartementencomplex. ‘U zit op de dertigste verdieping’, zei de receptioniste. We gingen met de lift omhoog, deden de deur van ons appartement open en lieten alles ter plekke vallen, vergaten het licht zelfs aan te doen want we waren met stomheid geslagen. Na een tijdje zei èèn van ons, heel zachtjes, ‘wow….’, de rest knikte. Want dat uitzicht, al die lichtjes, de rivier… zò prachtig hadden we het niet durven dromen.

We bleven er maar naar kijken en gingen laat naar bed. En vanochtend was het er nog steeds, dat geweldige uitzicht. En was het weer ‘wow’. Een goed begin is het halve werk zeggen ze. Nou, de reis door Australië is hèèl goed begonnen.

We wilden heel graag een tempel bezoeken en dus leek Temple Street ons wel een goed begin van de dag. Lang hoefden we niet te zoeken, een grote walm wierook-rook dreef ons tegemoet en we hoorden de tempelbellen rinkelen. In de tempeltuin stond een waarschuwingsbord ‘niet roken in de tuin, boete 1500 dollar’.

‘De tempel zelf heeft kennelijk vrijstelling’, zeiden we tegen elkaar terwijl we naar de wierook-rook keken.

Binnen in de tempel hing een serene rust. In een hoek waren een man en vrouw in ernstig gesprek met een man achter een tafel. Even verderop was een vrouw bezig wierook in papiertjes in te pakken. Bij het altaar stond een jonge vrouw met een hele bos wierook in haar hand te bidden en te buigen. Heel snel achter elkaar boog ze richting de boeddha, ze keek er een beetje wanhopig bij.

En aan het plafond zagen we de oorzaak van de grote walmen wierook-rook. Enorme spiralen wierook waren opgehangen, allemaal brandend. Onder iedere spiraal hing een grote blikken deksel, om de as op te vangen. Dat dat niet altijd lukte gaf het waarschuwingsbord bij de ingang wel aan.

Even later doken we het lawaai van de stad weer in met al z’n kleur, geur en lawaai. Yin en yang op zondagochtend aan de andere kant van de wereld.

Wat een andere wereld

De geur van vers vlees, en dan meteen een hal vol vers vlees, waarin mannen staan te hakken alsof ze het beest, dat al lang dood is, alsnog willen vermoorden. Uitlaatgassen. Rioollucht. Het zijn maar een paar van de bijverschijnselen van een stad als Hongkong. Het is best heftig, zo’n stad. Met rotzooi op straat en zwervers die uit prullenbakken eten en op bankjes in het park liggen te slapen.

Maar het is ook, naast al die geur, een stad van kleur. Heel veel kleur. De kleuren van de straatkraampjes met eten waarvan we werkelijk geen idee hebben wat het is. Van knalrode etalages met enorm gouden sierarden, van een straat vol kraampjes op de Ladies Market. En dan nog een straat vol van die kramen. En nog een straat vol. Kleuren èn geluid, want alle electronica op zo’n markt, die moet je natuurlijk wel laten zien èn horen. Geweldig was het.

Maar we raakten er wel een ietsiepietsie van overprikkeld en dus namen we het hotelbusje (ons hotel heeft een gratis shuttle dienst naar vier belangrijke plekken in de stad) naar de haven.

En daar was het fijn. Daar rook de lucht weer lekker, daar was ruimte en toch ook veel kleur. Zèker toen de avond viel en alle lampjes aangingen. Sprookjesachtig mooi was het. We aten er een heerlijke maaltijd en gingen toen ‘op huis aan’.

Wij gaan zo slapen, bij jullie is de dag net halverwege. Dat blijft bijzonder van dit soort reizen. Dat èn al die geuren en kleuren van landen waar je geen weet van hebt. Heerlijk!

Bijna…

Bijna is het zover, de tassen zijn gepakt het échte wachten is begonnen. In dit geval: wachten op een taxibusje dat ons om drie uur komt halen. Nou ja, busje…

‘Ringring’. Ik neem op en zeg mijn naam. ‘Met de chauffeur van uw taxi, u heeft voor vanmiddag een rit besteld via sneleentaxi.nl?’ Dat heb ik inderdaad. Nou had die chauffeur, toen hij de rit aannam, een busje maar die heeft hij niet meer dus of ik even wil zeggen hoe groot onze koffers zijn want het past misschien ook wel in zijn nieuwe Mercedes sedan. Ik zeg hoe groot de koffers zijn en hij geeft aan dat het risico natúúrlijk voor hem is. ‘Als het niet past mevrouw, nou dan moet ik twee keer rijden hè?’

Ik bel even later de jongens van sneleentaxi.nl. Die hadden de chauffeur inmiddels ook gesproken en zijn not amused. ‘Hij had u nooit lastig mogen vallen mevrouw, wij lossen het op hoor, deze chauffeur is van de rit gehaald en Klaas komt ervoor in de plaats. Met een busje. Wij willen kwaliteit leveren en dan gaan we toch niet proppen met uw bagage of, erger nog, u afzetten op Schiphol en dan uren later uw bagage nabrengen?’

Kijk, zo hoort het! Wij wachten nu rustig (…) op Klaas en worden straks, met al onze bagage, naar Schiphol gebracht. Morgen vliegen we dan écht, eindelijk écht, naar Hongkong. Waar we helemaal los kunnen op het kopen van de eerste souvenirs. Want we hebben van de 70 kilo toegestane bagage slechts 35 in gebruik…